1983

De Verhuis

In 1983 verhuisde de familie Aghassaiy van Hanswijkdries naar de wijk Nekkerspoel, meer bepaald naar de Kluisstraat. Na jaren wachten kon de familie eindelijk een eigen huis kopen. Het was geen droomhuis, maar wel een kans.

Een van de eerste herinneringen is het lawaai van de goederentrein die op enkele meters van het huis voorbij denderde. Wanneer we het huis voor het eerst gingen bezichtigen, hing er een doordringende sigarettengeur. Het was duidelijk: er moest veel aan gebeuren. De ramen waren niet geïsoleerd, verwarming was er nauwelijks – enkel een kolenkachel op de eerste verdieping. Maar er was ruimte. En dat maakte veel goed.

Ik was meteen dol op het grote tuinhuis achteraan in de tuin. Aan de straatkant was er een heel ander geluid: het constante gezaag van houtzagerij BEDAFON. Het huis was groot, maar toch had ik geen eigen kamer. Als jongste van zes leefde ik vaak in mijn eigen wereld. Ik sliep in de keuken en herinner me nog de gasgeur van de boiler. Toch klaagde ik niet. Ik had plaats genoeg voor mijn platen en vooral voor mijn radiocassettespelers, die ik met plezier helemaal uit elkaar haalde en opnieuw in elkaar stak.

Mijn hobby’s waren eenvoudig: muziek en knikkeren. Ik had meer dan 500 knikkers.

Dat jaar raakte ik ook bevriend met de andere kinderen uit de straat. Vooral Steven Vanvaeck zag ik vaak. Hij woonde bij zijn oma en opa en kwam er om de week logeren. Hij had iets wat ik indrukwekkend vond: een platenspeler. Sterker nog, hij had er twee.

De buurt had ook een donkere kant. Op de hoek van de Kluisstraat lag café Tunel, uitgebaat door leden van de Outlaws. Ze hadden er een Dobermann die altijd woest blafte wanneer ik voorbijliep. Ik was doodsbang van die hond.

In diezelfde periode kreeg ik voor het eerst te maken met racisme. Een dronken cafébezoeker schold me uit voor “bruine aap”. Hij was altijd zat. Pas veel later begreep ik wat dat werkelijk was: racisme.

1983 was voor mij vooral een jaar van aanpassing. Een nieuwe omgeving, een nieuwe school, nieuwe kinderen – veel nieuwe kinderen. Het was ook het jaar waarin ik me voor het eerst niet goed begon te voelen, zonder te weten waarom. En tegelijk, vreemd genoeg, voelde ik me soms gelukkig.